PJ's opinion. My side of the story, my 15 minutes of fame.

23 maart 2015

Loon naar werken

(Dit is geen post tegen  sp.a, het is een post tegen het gebrek aan verantwoordelijkheid in de politiek)

De sp.a wist vanmiddag met één tweet mij te herinneren waar een groot deel van mijn politieke ergernis vandaan komt.


Het probleem met beleid voeren is dat het traag en complex is, en je de resultaten vaak pas jaren later kan vaststellen. Dat laat ruimte voor veel wazigheid. Je kan als minister enthousiast dingen lanceren waarvan de uitkomst onzeker is. Omgekeerd is de kans groot dat je heel veel in gang zet waar je opvolger, al dan niet van dezelfde partij, de vruchten van plukt. Valt dat tegen? Dan is het de schuld van je voorganger.

In dezelfde categorie las ik vandaag hoe de sp.a zich opwerpt als moraalridder... Maar er nooit zelf in slaagde om het buitensporig gedrag van de banken te voorkomen met pakweg regulering of controle. Nochtans zaten ze sinds 1988 in de regering, dat is twintig jaar voor de crisis losbarstte.

De sp.a valt daar niet als enige iets in te verwijten. Maar klagen over iets wat je zelf niet hebt tegengehouden illustreert wat ik vandaag mis in de politiek: echte verantwoording.

Eigenlijk zou de staat de lonen van politici (en dotaties van partijen) voor 60 procent opzij moeten zetten.  Je krijgt een riant bedrag om van te leven (pakweg drie- à vierduizend euro). Maar de rest krijg je pas na tien jaar. Maak je tijdens je beleidsperiode regels om pakweg de werkloosheid terug te dringen, dan oordeelt een onafhankelijke instantie (het Rekenhof bijvoorbeeld) of jou regels daartoe hebben bijgedragen of niet. Kort samengevat: heb je goed werk geleverd dan krijg je een geweldige jackpot op het moment dat je misschien al lang uitgerangeerd bent. Daar mag zelfs een bonus in zitten voor buitengewone prestaties. Heb je je beperkt tot steekvlampolitiek terwijl je de rekening doorschuift naar de volgende generatie? Dan zal die volgende generatie kunnen voorkomen dat je er een ministerloon voor krijgt. Bekijk het als pensioensparen met karma.

Is dit kort door de bocht? Ja, want dit is geen beleidsnota. Maar het idee kan het politiek beleid verbeteren. De drang van aankondigingspolitiek daalt bovendien, want je wordt achteraf financieel afgerekend op uitspraken en plannen die tot niets leiden.

Maar vooral: we stoppen met de schuld voor ons uit te schuiven.

Er is één constante in de vijftien jaar dat ik politiek probeer te volgen: politici die heel ambitieus en vaak goedbedoeld aan iets beginnen, maar uiteindelijk de rekening rechtstreeks of onrechtstreeks naar de toekomst doorschuiven met als mooiste voorbeeld de staatsschuld die voor sommigen weinig meer lijkt dan een teller die tot oneindig gaat.

Niet met mijn toekomst.


---
Ohja in de categorie "dit is wel vrolijk": deze schrijfplank bestaat sinds vorige week tien jaar. Ik wou u er graag al eerder op wijzen, maar in een blogpost over #wijoverdrijvenniet zou dit vreselijk ongepast zijn.
---

19 maart 2015

#wewetenhet(niet)

Beschaamd, verward en teleurgesteld. Eén hashtag en een stroom van kleine en grote gebeurtenissen die elke dag mensen bang maken. Met #wijoverdrijvenniet kreeg ik als man bevestiging van iets wat, in mijn gedachten een marginaal fenomeen leek. Geen geflirt, gewoon plat misbruik verpakt als grapje of regelrecht proberen omdat het nu eenmaal kan.

En daar sta je dan, als drager van een penis. Als man die zich niet graag beperkt als het om flauwe mopjes en opmerkingen gaat. Als iemand die denkt hij niet tot die categorie vetzakken behoort. Maar daar niet helemaal zeker van is want waar trek je de grens? Wanneer kijk je naar een mooie vrouw en wanneer ben je aan het kwijlen? Wanneer mag je zeggen dat ze er knap uit ziet en wanneer maak je het ongemakkelijk? Wanneer begin je een een leuk gesprek met een wildvreemde en wanneer ben je de contactzoekende creep?

Ik beschouw mezelf als een beschaafde fatsoenlijke man, dat mijn opvoeding bijna volledig van één vrouw kwam heeft daar hopelijk iets mee te maken. Maar tegelijk vind ik het moeilijk om altijd de juiste richting te vinden. Het is makkelijk om je zo aseksueel mogelijk te gedragen tegenover vrouwen. Net zoals het makkelijk is om onder mannelijke vrienden te bespreken welke vrouw het best kan (vul maar aan). Maar veel mannen zitten daar tussenin. We zijn geen wilde jagers of veroveraars, maar evenmin emotieloze eunuchen die het andere geslacht kunnen negeren.


Afgelopen zomer wandelde ik ‘s nachts na een feestje naar huis. Voor me liep een vrouw die ik langzaam inhaalde. Ik merkte haar zenuwachtigheid, ik stapte snel, zij stapte nog sneller. Gewoon door naar huis te wandelen heb ik een vrouw bang gemaakt. En ze was terecht bang, want achter haar liep een man van 1m94 en meer dan honderd kilo. Alleen. ‘S nachts. Uiteindelijk heb ik haar aangesproken. “Ik wil je niet bang maken, maar t’is maar dat je weet dat ik in de volgende straat naar links moet. Ik woon op dat huisnummer, dus niet schrikken als je hier ook naar links moet en ik blijf volgen.”

Het was een zeer vreemde uitspraak, luidop in het midden van de nacht, maar ik denk dat ik haar gerust heb gesteld. Maar het is maar één van de situaties waar veel mannen vaak niet beseffen hoe intimiderend alleen al je aanwezigheid kan zijn. Niet om wat jij doet, maar om wat anderen al hebben gedaan. Maar hoe ontmijn je zo’n situaties? Praten? Haar negeren? Steevast een andere straat of treinzitje kiezen? Ik weet het eerlijk gezegd niet.

“Maar er mag toch eens gelachen worden?”
Ja, of dat denk ik toch. Wanneer doorprikken woorden de spanning en wanneer maakt dat het (onbewust) ongemakkelijk? Ik zou willen eindigen op een vrolijke nooit of een schitterende pointe, maar die is er niet. Onze beschaafde maatschappij censureert een groot probleem dat we niet zomaar kunnen oplossen. Maar we kunnen zeggen dat het bestaat, en blijft bestaan. Dat maakt het probleem niet makkelijker, maar hopelijk op termijn wel beter.

05 september 2014

Waarom ik (nog) geen smartwatch koop

Na smartphones en tablets is de volgende golf die van de slimme horloges. Armbanden die uw stappen, hartslag, slaappatroon (en mogelijk ook uw masturbatiegedrag) meten en zo de techbedrijven de komende acht tot twaalf kwartalen van nieuwe inkomsten moeten voorzien.


 De twee collega’s achter mij hebben er al zo enkele getest. Zelf wil ik er graag eentje, al is het maar om statistisch vast te stellen dat ik meer moet bewegen, meer moet sporten en meer moet slapen (ik bespaar u statistieken over wat hierboven tussen haakjes staat).

 Toch is de kans klein dat ik in de komende twaalf maanden een smartwatch aanschaf en dat heeft enkele zeer terechte redenen:

 Koop geen bèta
Wat een toestelmaker je ook wijsmaakt: de eerste (en vaak ook de tweede) generatie van een product is niet af. De functies zijn beperkt, de prestaties ook, er is een grote kans op bugs en het is hoogstwaarschijnlijk dat er een veel beter toestel uitkomt in de 6-12 maanden nadien.

 Prijs
De eerste iPod kostte 399 dollar voor 5 gigabyte in een behuizing die even groot en dikker is dan mijn huidige smartphone. Geniaal voor zijn tijd, maar in de jaren nadien enorm verbeterd en de verhouding prijs/mogelijkheden is alleen maar verbeterd.

Alle premium merken hebben vandaag hun eerste generatie smartwatches uit, sommigen zitten al aan de derde versie. Ik verwacht vanaf 2015 de eerste meer generieke smartwatches waardoor de instapprijs daalt en premium merken met meer moeten uitpakken om zich te onderscheiden van wat pakweg Medion in de Aldi zal leggen.

 Mogelijkheden
Samsung pakte recent uit met een toestel dat een eigen 3G-verbinding heeft. De overige toestellen moet je koppelen aan je smartphone en sommigen werken enkel met een smartphone van hetzelfde merk. Naarmate de markt groeit gaan veel smartwatchmakers voor sommige beperkingen tot het besef komen “hey, onze klant wil dat niet”.

Als dat laatste zich voltrekt dan komen we in de meer mature fase van het product. Er zijn genoeg modellen, er zijn genoeg functies en je kan ze kopen tussen de 25 en de 500 euro. Op dat moment koop ik mijn smartwatch. Tot die tijd moet ik het stellen met een smartphone die ik met plakband om mijn pols bevestig.



Ik kijk overigens wel uit naar de smartwatch van Apple die volgende week hoogstwaarschijnlijk volgt. Ik ben geen fan van de meeste Apple-producten, met uitzondering van de iPod Nano. De editie uit 2010 had de facto al dezelfde functionaliteiten, maar dan zonder notifications/smartphonekoppeling/sensoren. Mijn grootste vrees is dat het duur zal zijn en mogelijk gekoppeld aan een iPhone. Maar als hun product even toonaangevend dan de iPhone of iPad is, dan is de kans groot dat die functies binnen het jaar ook bij de concurrentie opduiken.

23 juni 2014

“Please consider the environment” – go fuck yourself

Bovenstaande quote (het eerste deel toch) kom ik regelmatig tegen op hotel. Beste gast, we leggen hier zes handdoeken (twee voor het gericht, twee gewone, twee badhanddoeken) en een badmatje. Maar wij zijn mega bezorgd om het milieu dus we wassen enkel wat u zelf op de grond laat liggen.

Een mooi initiatief, al is het maar omdat ik met één grote en één kleine handdoek best drie dagen kan overleven. Net zoals ik geen zes kussens nodig heb in mijn éénpersoonskamer, geen twee telefoontoestellen* (één op het toilet) en al zeker geen rijkelijk gevulde minibar vol aanraaksensoren* (maar zonder duidelijke prijslijst).

Maar dan kom je na een drukke conferentiedag weer op de kamer om te merken dat de poetsdienst je tv heeft aangezet. Een zoemende Philips flatscreen die de warmte van een Zuid-Franse namiddag afgeeft. Hoe lang? De kuisploeg komt hier vermoedelijk voor 13 uur langs. Ik kwam terug rond 19 uur. Goed voor zes uur hotelpromo’s die niemand bekeek maar wel stroom vreten.

Beste gast, please consider the enviroment.
Beste hotel, go fuck yourself. Doe liever iets aan die manke wifi van 15 euro per dag*.


Sidenote: *
De naam van het hotel ga ik niet vermelden gezien deze blog een allegaartje is van mijn hotelervaringen van de laatste maanden. De telefoons op het toilet kom ik vooral in de VS tegen. De wifi in dit hotel is gratis, zonder lange inlogpogingen en werkt zelfs goed, wat een uitzondering in de hotelsector is.

21 mei 2014

Exit The Daily Show

Zoals wel meer Belgen durf ik al eens het Belgische internet te verlaten om overzees naar The Daily Show te bekijken. Luchtige humor met een scherp kantje. De ideale vertering bij mijn avondeten en een goede manier om bij te blijven met wat er in de US of A leeft. Tenminste tot voor kort. Wie momenteel de website bezoekt krijgt een vriendelijke maar duidelijke "we're sorry, but this video isn't availlable in your location."

Dat is kak.

Ik wou dat ik het beleefder kon zeggen, maar dat is het nu eenmaal. Een geweldige show die online zelfs reclame voorschotelde (zelfs een kleine periode Belgische spots streamde, tenminste als je vanuit België keek) en vooral: vlot online te herbekijken. Iets wat Belgische mediahuizen slechts met mondjesmaat doen voor hun topprogramma's.

Het probleem lijkt ook in andere landen van tel (ik zag nog één melding uit India en een tweede uit België opduiken), maar het gemor van het volk lijkt zeer beperkt waardoor ik niet met overgrote zekerheid durf zeggen dat het overal en altijd zo is.

De reden lijkt vooralsnog onduidelijk. Al zijn er wel een paar pistes. Comedy Central is sinds kort ook actief in België (na 22u op het kanaal van TMF) en zendt daar ook The Daily Show uit. Anderzijds kosten zo'n extra streamers ook geld (bandbreedte) terwijl de beperkte advertenties dat waarschijnlijk niet dekten.

Of het echt effectief is? I doubt it. Het is niet moeilijk om de show te downloaden via minder legale kanalen en een kleine test (uiteraard enkel voor journalistieke doeleinden) leert mij dat een show op een minuut of twee binnen is. Zeg maar de lengte van een klein reclameblok. De andere optie zijn allerlei omwegen om een website wijs te maken dat je vanuit de VS kijkt. Zoals de plugin van Hola (hat tip Simon).

-Geoblocking, omdat een wereldwijd internet misschien iets te veel is voor u.

05 mei 2014

Electorale schizofrenie

Beste partijvoorzitters en campagneleiders,

Zijn jullie "het alternatief”?

Voor u instemmend knikt daag ik u uit om bovenstaande zin te googelen naar partijgerelatieerde uitspraken. Zelf kom ik uit op de N-VA, op plaats twee staat een uitspraak van Di Rupo maar varianten zijn er genoeg. De aanzet van deze post kwam er door de tweet van CD&V-woordvoerder Marc Paredis* die CD&V als alternatief aanwijst.

Beste partijen, dat er in campagnetermen wat scherper wordt geslogand begrijp ik. Maar leg mij eens uit hoe jullie een alternatief zijn voor wat we (lekker vaag) “de huidige gang van zaken**” of “de andere partijen” noemen. Jullie hebben toch allemaal tenminste één ministerpost gehad in de afgelopen jaren? En dus een beetje kunnen wegen op het regeerakkoord? De drie klassieke partijen leveren zelfs al sinds de Tweede Wereldoorlog non-stop ministers, al dan niet onderbroken voor een wisselplaats op de oppositie.

. Ter info:
  • CD&V zit in de Federale regering en leidt de Vlaamse regering.
  • Open VLD zit in de Federale regering
  • N-VA zit in de Vlaamse regering
  • sp.a zit in de Federale en de Vlaamse regering

Ofwel ben je een alternatief voor het bestaande, ofwel ben je de verderzetting van het bestaande. You can’t have your cake and eat it too. Dat er intern wordt gekibbeld over vernieuwing en er misschien wel de goesting is om veel betere dingen te doen kan ik begrijpen. Maar als kiezer telt voor mij wie er in de regering zit en wat die regering doet. Wilt u mijn stem? Bewijs dan dat uw partij niet verantwoordelijk is voor de afkeer die ik en velen hebben voor het politiek gehakketak dat doorgaans het echte werk overstemt.

Ik heb het woord alternatief de afgelopen weken een paar keer zien passeren en het is altijd spannend om te ontdekken of ik ga rollen met de ogen of vermoeiend ga zuchten. Wat ik er uit afleid is dat wanneer partijen zich als ‘de andere’ opwerpen, ze zelf verdomd goed weten dat er geen vertrouwen is bij de kiezer. Dat vertrouwen was (in mijn geval tenminste) deels teruggekeerd. Ik zie mensen op elk niveau mooie dingen doen en er gebeuren debatten die de hoeksteen van onze democratie vormen.

Maar zodra we afstevenen op een verkiezing verzakken de uitspraken van de voornaamste politici tot een debatcultuur die het niveau van twee zevenjarigen met moeite overstijgt. De ergernis wordt groter als ik nadien merk dat de argumenten van die debatten blijken aan te slaan bij kiezers wiens interesse in politiek even groot is als mijn interesse in de programmatie van Vijftv.

Neen beste partijen. Zo lang je geen volledige legislatuur*** op de oppositiebank hebt gezeten ben je geen alternatief. Je bent een regeringspartij die- niet als enige, maar wel mede- verantwoordelijk is voor de huidige gang van zaken, maar dat liever niet met opgeheven hoofd doet.



Disclaimers
*Marc, de kans is groot dat je via een Google Alert op deze blog bent uitgekomen. Rest assured dat ik je niet wil gebruiken als bewust gekozen kanonnenvlees en ik besef dat je tweet licht ironisch was bedoeld. Maar deze blog zat al even in mijn hoofd en jij was in dit geval een mooie aanleiding. No offense intended. 
**Ik laat in het midden of ‘de huidige stand van zaken goed of slecht is. Idem voor het antwoord op de vraag ‘wie dan wel’. Deze blogpost is dus geen endorsement van Groen, Vlaams Belang, PvdA or LDD.
***Een regering van eind 2011 tot begin 2014 is geen volledige legislatuur.

17 februari 2014

Beste redacties, kweek uzelf hybride journalisten

Sofie Marguillier vat in haar blogpost over haar ontslag perfect samen wat er foutloopt op Belgische nieuwssites. Snel, verstand op nul, geen diepgang en vooral clicks genereren. Dat samen met een zeer vreemde uitspraak over online media doet mij één ding afvragen:

Waarom laten we zoveel jong webtalent onbenut?

De doorsnee webredacteur komt nauwelijks buiten. Sommigen hebben daar geen probleem mee. Maar voor wie met grote ambities in de media stapte heeft dat twee gevolgen. Hij of zij raakt totaal ontmoedigd en haakt na enkele jaren af. Of je gaat er in mee en ontplooit buiten je verzin-eens-een-wtf-titel weinig extra capaciteiten.*

Van centen heb ik te weinig verstand. Maar het staat buiten kijf dat print nog niet dood en online nog niet winstgevend is. Twee redenen om hybride journalisten te kweken die het ritme kennen van een online nieuwsdag, maar tegelijk de ervaring hebben om door de waan van de dag te kijken en stukken te schrijven die een meerwaarde bieden. Of die stukken online, op print, gratis of tegen betaling verschijnen laat ik in het midden.

Laat jonge journalisten beginnen op de website. Maar geef ze een perspectief om te experimenteren en door te groeien. Laat ze beginnen in de tsunami van relevante en irrelevante nieuwtjes, laat ze snel en kort op de bal werken. Maar geef ze regelmatig de ruimte om dat beetje extra te doen en wat te experimenteren met nieuws zodat ze het verschil tussen een copypaste-stuk en een eigen artikel (en soms een scoop) leren kennen.

U begrijpt waar ik naartoe wil: door je webredacteurs genoeg kansen te geven, al is het maar door ze één keer per maand naar een persconferentie of een interview te sturen, doen ze een pak ervaring op. Tegelijk voorkomt het dat je jonge krachten afhaken of ten onder gaan aan een burn-out, een bore-out of een algemene afkeer van wat online journalistiek vandaag in realiteit is: een vuilbak waar meer wordt gekopieerd dan zelf geschreven.

En wat nadien?
Het eindresultaat kan een redactie zijn die naadloos crossmediaal werkt en naarmate ze langer bestaat meer ervaring krijgt en ook een netwerk en vakkennis opdoet om kwaliteit te kunnen leveren. Op dat moment heb je een journalist met de skills van een webredacteur, maar met de kwaliteit van een 'klassieke' journalist. Een aanwinst die op elke redactie gewenst is, want op sommige redacties is het water tussen print en online nog steeds zeer diep.

--
(U was gehaast? Geen probleem, hier stopt de essentie. De rest zijn aanvullingen en disclaimers.)

Zelf heb ik een vergelijkbare kans gehad. Toen ik in 2007 begon bij ZDNet.be schreef ik enkel voor de website. Misschien maar goed want ik heb evenzeer op een lui moment me geworpen om berichten die achteraf gezien amper nieuwswaarde hadden. Maar ik kreeg er wel de kans om af en toe te experimenteren en tijd te steken in kwaliteit. Een beetje nabellen, wat dingen uitzoeken, controleren en zo op termijn zelf op zoek te gaan naar nieuws. Dingen die bij een aantal nieuwssites ongetwijfeld als tijdverspilling en 'niet uw job' zouden worden bestempeld.

Het zijn die dingen die mij de passie voor de job hebben bezorgd. Ook vandaag bij Data News werk ik grotendeels voor de website, een leuk medium waar het lekker snel kan gaan. Maar wel afgewisseld met 'papieren' artikels waar je meer tijd in steekt en op lange termijn meer ervaring uit haalt. Ik heb zelf geen ambitie om ooit volledig van online weg te gaan. Maar wel om mezelf te blijven verbeteren en dat kan je niet als je vasthangt aan één medium met één redactionele stijl.

Ik besef overigens goed dat de meeste nieuwssites wel degelijk stukken brengen die kwalitatief verantwoord zijn. Politieke of economische berichtgeving is er op de meeste sites wel, maar ze wordt amper aangeklikt en dus staat de twerk van Miley Cyrus prominenter dan de beslissing over wetsontwerp X dat het voorsorteren van plastic botervlootjes moet vereenvoudigen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat online media een gulden middenweg kunnen vinden naarmate er meer hybride journalisten rondlopen die er voor kunnen zorgen dat die kwaliteitsvolle berichten evenzeer goed worden gelezen.

*Mijn excuses tot slot als ik hier enkele webredacteurs op hun paard jaag door hun job als saai en weinig uitdagend te omschrijven. Dat is mijn perceptie over iemand die 5 dagen per week Belga's online zet en stukken schrijft op basis van Reddit, Buzzfeed of twitterende bv's. Maar als dat uw ding is dan heb ik daar uiteraard alle respect voor. Het is alleen niet iets wat ik zou willen doen en het is, ondanks de lezers die het oplevert, niet iets wat alle webredacteurs horen te doen.