PJ's opinion. My side of the story, my 15 minutes of fame.

14 september 2008

Goedgelovig / vuurspuwende slangen

Het valt niet vaak voor maar vanmorgen zat ik om half tien 's morgens in de kerk. Nog meer uitzonderlijk was dat het niet voor een begrafenis/doopfeest/trouw was, maar 'omdat het hoort'. Onder dat laatste mag u een herdenkingsmis verstaan. Eentje voor twee dichte familieleden die er niet door zullen terugkomen, maar als het mijn oma gelukkig maakt, dan ruil ik graag mijn zondagsbed voor een zondagsmis.

Nu heb ik ondanks de lichte ondertoon in deze tekst wel respect voor gelovigen. Als u hoop haalt uit de wekelijkse hostie of het bidden met Jezus, dan moedig ik dat alleen maar aan. Toch aanhoorde ik vanmorgen weer twee geweldige verhalen die samen in de "wat een farce"-categorie vallen.

Halverwege de mis begon de voorleesvrouw (geen idee of het een nonnetje was) een verhaal over Mozes en zijn volk te vertellen. Dankzij deze hemelse site heb ik het zelfs letterlijk teruggevonden.
Van de berg Hor trokken zij in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: ‘Hebt u ons uit Egypte geleid om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen. Daarop zond de heer vuurspuwende slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten, en velen van hen vonden de dood. Daarop kwam het volk naar Mozes en zei: ‘Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de heer en tegen u gekeerd. Bid de heer dat Hij die slangen van ons wegneemt.’ Toen bad Mozes voor het volk en de heer zei tegen hem: ‘Maak zelf een vuurspuwende slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en ernaar kijkt, zal in leven blijven.’ Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
Een kwartiertje later deed mijnheer pastoor het grote verhalenboek dicht en begon hij over zijn eigen geloof in De Heer. De brave man kon het niet vatten dat god lijden zou toelaten. Dat hij mensen straft om ze te doen leren. Dat hij zijn macht zou tonen zodat men hem zou respecteren. "Neen, in dat soort God geloof ik niet, ik geloof in een God die de mensen toejuicht", aldus mijnheer pastoor.

Daarom volgend kwam nog een verhaaltje over een Jood in een concentratiekamp die werd opgehangen op kerstdag, maar de betekenis ontging mij door een zeer grote WTF in mijn hoofd.

Mijnheer pastoor gelooft niet in een god die mensen straft om ze te doen leren, die zijn macht toont om respect te krijgen... Maar vlak daarvoor laat hij wel een verhaaltje vertellen over vuurspuwende slangen? Ik heb thuis ook al eens naar mijn voeten gehad omdat ik het eten niet lekker vond, maar as I recall werd ik daarvoor nooit bestraft met slangen, of iets in die aard.

De moraal van de dag is dus "praise the Lord so he won't fuck you with firesnakes". Ga nu alleen heen in wrede.